Biljartetiquette

Voor ons gedrag aan en rondom de biljarttafel zijn er een aantal ongeschreven regels. Het is geen wet van Meden en Perzen, maar door de deelnemers aan de competitie hiervan  op de hoogte te stellen, voorkomt u misschien minder leuke situaties tijdens de partijen.

  1. Het is gebruikelijk bij aanvang van een partij de tegenstander een hand te geven en hem of haar een goede partij toe te wensen.
  2. De bewondering voor een mooie carambole van de tegenstander mag altijd betoond worden. De scheidsrechter doet dit niet om niet bevooroordeeld te lijken.
  3. Na een gemiste carambole dient de speler onmiddellijk en zonder commentaar op de stoel plaats te nemen.
  4. De speler aan de tafel dient er tijdens het spelen en het naar de stoel lopen op te letten dat hij of zij spelers, die op een ander biljart bezig zijn, niet stoort. Ook arbiters dienen hier aandacht aan te schenken en spelers te waarschuwen.
  5. Als een speler aan de tafel staat en met het spel bezig is, geven arbiter, tegenstander en publiek geen commentaar. Er mag uiteraard niet worden voorgezegd hoe een carambole moet worden gemaakt.
  6. Als het krijtje op de rand van het biljart mag worden gelegd, dan altijd met de open zijde naar boven. Niet krijten boven het biljart.
  7. De arbiter moet in de buurt staan waar de carambole wordt gemaakt (dus bij de derde bal), voor zover dat niet hinderlijk voor de speler is. De arbiter mag tijdens het spel de tafel niet aanraken.
  8. De speler die als eerste de partij beëindigt, wacht met het losschroeven van de keu tot ook de tegenstander klaar is.
  9. De verliezer feliciteert de winnaar. Beide spelers bedanken de arbiter en de schrijver.
  10. Als speler ga je tijdens de wedstrijd nooit in discussie met de scheidsrechter.
  11. Vraag aan de scheidsrechter of je gebruik mag maken van het toilet wanneer je zelf aan de beurt bent; dus niet wanneer je tegenstrever aan het spelen is.